Armoede en bedelaars bepaalden het straatbeeld; lezing gaat NIET door
Welkom >>

De hieronder aangekondigde lezing gaat i.v.m. ziekte helaas niet door.

Rond 1800,  1850 was er een schrijnende armoede in Nederland. Veel mensen konden zichzelf niet meer redden en waren aangewezen op de voedselvoorziening. Er waren veel bedelaars op straat.

Wat kun je voor die mensen doen? In 1818 werd de Maatschappij van Weldadigheid opgericht. Men bedacht een oplossing: werkgelegenheid scheppen, in Drenthe. Daar was ruimte om gronden te ontginning en boer te worden. De kolonies Frederiksoord, Wilhelminaoord en Willemsoord werden opgericht. Mensen konden daar ondergebracht worden en door werken een inkomen verdienen. En als je daar niet naar toe wilde, dan was er dwang: de ‘strafkolonie’ Ommerschans werd ingericht. Later kwam daar Veenhuizen bij.

Dinsdag 20 november zal Wil Schackmann een lezing houden over die tijd; gebeurtenissen niet zo ver bij ons vandaan.
De lezing begint om 19.30 in ’t Koetshuus. Vooraf aanmelden is nodig. Dat kan bij Henk de Weerd, tel. 0522 46 3466. En: vol is vol.

Ook in Staphorst was er armoede.

Hoewel de lezing niet zal inzoomen op Staphorst, een paar momenten uit eerdere publicaties.

Uit:’t Olde Stapperst 1982 nr. 4, Klaas Russcher
“Na de Franse tijd was Nederland in bittere armoede gedompeld. Op Staphorst was het toen erg nat, zodat de armoede hier wel heel erg was. Het land werd soms voor een pond tabak verkocht om er maar af te zijn. Dan hoefde men ook geen belasting te betalen. In deze tijd zwierven overal roversbenden rond, die niemand en niets ontzagen. Vooral de bende van een zekere Jan Dick was erg gevreesd. Deze trok altijd van Amsterdam naar Groningen en Friesland waar zijn strooptochten begonnen. Dan ging hij weer terug door Drenthe over Meppel, Staphorst en Zwolle”.
In 1822 is toen de vrouw van Klaas Kiers Bouwman, Lubbigje Kooiker, door rovers zo ernstig verwond, dat ze een paar dagen later overleden is.  

Uit: ’t Olde Stapperst 1993 nr.4, Dirk Kok:
"In de negentiende eeuw waren de omstandigheden waarin een deel van de bevolking leefde blijkbaar van dien aard, dat sommigen van hen genoodzaakt waren middels bedelarij in hun onderhoud te voorzien. Deze bedelarij werd door de overheid niet op prijs gesteld. Ook het plaatselijke bestuur van Staphorst wilde iedere vorm van bedelarij weren. Personen die zich eraan schuldig maakten, moesten worden gearresteerd. In mei 1818 bijvoorbeeld, werden er twee bedelaars uit Amsterdam in Staphorst betrapt, die ook al in het bedelaarsgesticht in Hoorn gezeten hadden.
Maar ook Staphorster gingen uit bedelen is in de archieven terug te vinden. In 1831 en 1854 kreeg de burgemeester van Staphorst brieven uit De Wijk en Hardenberg dat er bedelaars, wonende in Staphorst, in hun gemeenten zijn aangetroffen.
Naast politieoptreden werd er ook  een collecte onder de bevolking gehouden teneinde met de opbrengst de ergste nood onder de armen te lenigen.”    

Uit: ‘Burgervader in Staphorst’ door Klaas Tippe:
“De meeste bedelaars die in Staphorst werden gearresteerd gingen naar het bedelaarsgesticht in Hoorn.
In het gemeentearchief komen geen gegevens voor over naar Veenhuizen gestuurde inwoners uit Staphorst.“   

 

Wil Schackmann heeft vier boeken geschreven over de armoedebestrijding en de lotgevallen van mensen die geen werk en geld hadden en ver weg ondergebracht werden in een vreemde omgeving, al dan niet vrijwillig.

De Bedelaarskolonie (Ommerschans);

De Proefkolonie (Frederiksoord);

De kinderkolonie (opvang van wezen, vondelingen en verlaten kinderen in Veenhuizen) en

De Strafkolonie (Ommerschans en later ook Veenhuizen)

 

deellijn Terug

Berichten van bezoekers Niet gevonden